








Slot VAN LAARNE
Laarne door de eeuwen heen
Introductie door Paul, jonkheer de PESSEMIER 's GRAVENDRIES
Bestuurder van de Koninklijke Vereniging der Historische Woningen & Tuinen van België en van het Slot
In den beginne was er niets, behoudens een moeras dat een open plek vormde in het woud. Omstreeks 1200 werd er een houten paalconstructie opgetrokken. Kort daarop hoogde men de grond op en kwam er een nieuwe, sterkere opbouw. Pas circa 1300 verrees het eerste stenen gebouwtje waaruit later het huidige poortgebouw ontstond. Dan evolueerde de kasteelzone in minder dan anderhalve eeuw haar naar de huidige waterburcht.
Beatrix van Massemen, dochter van Diederik, wordt tussen 1213 en 1222, uitdrukkelijk vermeld als vrouwe van Laarne. Zij was getrouwd met Gerard van Zottegem, de tweede zoon van Walter, heer van Zottegem. Zij hadden minstens tien kinderen. Hun zoon, Giselbrecht van Zottegem, overleefde zijn oudere broers en werd heer van Ressegem, Leeuwergem, Massemen, Laarne en Kalken. Naar aanleiding van zijn huwelijk van Mathilde van Bethune, dochter van de heer van Dendermonde, werd hij in 1228-1229 beleend met de heerlijkheden Laarne en Kalken. Volgens E. Balthau liet hij vermoedelijk kort nadien het "hof van Laarne" aanleggen, de voorloper van het kasteel. Van hem zijn verschillende militaire activiteiten bekend. In 1214-1215 was hij, met twee van zijn broers en andere Vlaamse edelen, huurling in dienst van de Engelse koning Jan zonder Land tijdens de opstand van de Engelse edelen die zou leiden tot de Magna Charta in 1215. In 1217-1218 nam hij deel aan de 5de kruistocht in Egypte, die zou leiden tot de nederlaag van het christelijk leger bij Damiete in 1218.
Een oorkonde met de vermelding "int hof te Laerne" uit 1294 is de eerste verwijzing naar een eigenlijke verblijfplaats ter plaatse. Achtenzestig jaar later is er voor het eerst sprake van een kasteel en wel in een oorkonde tussen Gerard van Ressegem, heer van Laarne, en zijn leenheer de graaf van Vlaanderen, waarbij de graaf in tijden van oorlog of oproer de beschikking over het kasteel werd toegezegd. Toen 20 jaar later de stede van Gent in opstand kwam tegen het grafelijk gezag werd het Slot belegerd en ingenomen. De brandsporen van 22 september 1382, zijn nog steeds zichtbaar. Pas in 1390 kon Jan van Massemen, zoon van Geraard, opnieuw bezit nemen van zijn burcht.
In 1426 ging het domein over in handen Boudewijn III de Vos, zoon van Boudewijn II de Vos en van Elisabeth van Massemen. Hij was tevens heer van Lovendegem, Zomergem en van Pollare.
De belasting op het zout uit 1449, leidde tot een nieuwe opstand tegen Filips de Goede, hertog van Bourgondië en graaf van Vlaanderen. De Witte Kaproenen namen Laarne in, samen met Gavere, Poeke en Schendelbeke. De heer van Laarne, Boudewijn IV de Vos, werd te Gent opgesloten. Een poging van de graaf de Saint Pol, om met een troep Bourgondiërs Laarne te ontzetten, mislukte en er vielen 22 zijner mannen onder de muren van Laarne. Een tweede poging op 16 december van datzelfde jaar, door Picardische ruiters had meer succes. Niet lang daarna maakten zwervende onruststokers - bekend onder de naam De Groene Tenters - de streek weerom onveilig. Ze slaagden er zelfs in het slot van Laarne gedurende zes jaar te bezetten.
In 1505 ging Laarne over naar de familie van der Moere, dan gedurende een korte periode naar de familie van Gavere. Van ca 1570 tot 1656 was de familie de Schoutheete van Zuylen d'Erpe, er de houder van. Tijdens de godsdiensttroebelen, ten tijde van Frans de Schoutheete die baljuw was Kortrijk, werd het slot op 24 juli 1579 "ruyné et bruslé" en was het voor 10 jaar onbewoonbaar.
De uit de streek van Zwolle afkomstige familie van Vilsteren kocht het domein aan in 1656. Geraard van Vilsteren was tevens heer van Aartselaar en van Ter Straten te Belsele en Waasmunster. In 1673 werd Laarne tot baronie verheven. In die jaren kreeg het domein zijn huidig uitzicht: de hoofdingang werd verlegd naar het dorp; de 150 meter lange dreef naar de kerk werd aangelegd; op de erekoer werden vier paviljoenen opgetrokken. Twee jaar later ontsnapte het kasteel ternauwernood aan vernieling: de troepen van Lodewijk XIV staken zowel de huizen als de kerk in brand, maar spaarden het slot omdat de vorst er zou overnachten tijdens zijn inspectiereis.
Na het overlijden van Geraard van Vilsteren, baron van Laarne, in 1683 trad zijn tweede echtgenote, Livina- Maria de Beer, dochter van de baron van Meulebeke, in het huwelijk met Jan van Brouchoven, graaf van Bergeyck. Dit illustere personage was een briljant dienaar van de Spaanse Kroon en thesaurier-generaal der Zuidelijke Nederlanden. De weelderige vormen van zijn moeder, Hélène Fourment - na de dood van Rubens hertrouwd met de graaf van Bergeyck - sierden in die dagen het paleis van Versailles.
Het Slot vererfde nadien achtereenvolgens op Jacques Joseph van Vilsteren en dan diens zonen François, Nicolaes en Théodore die allen kinderloos stierven. Met als gevolg dat het domein in handen kwam van Maria-Theresia van Vilsteren, hun zus die gehuwd was met Libert-François Christijn (1703-1785), telg uit een familie van ambtsadel die door een weloverwogen huwelijkspolitiek een indrukwekkend aantal heerlijkheden en baronieën had verworven, waaronder Ribaucourt in Frankrijk. In 1796 ontsnapte het slot aan de vernieling bij de bezetting door de Sansculotten. Wel werd de klok uit de hoofdtoren neergehaald en werden beschadigingen aangericht in de kapel. De meeste wapenschilden werden toen weggehakt.
Eén van zijn nakomelingen, Robert, graaf de Ribaucourt, die de bedoeling had het goed permanent te bewonen liet het restaureren door de Leuvense architect P. Langerock. Maar de Eerste Wereldoorlog en het schielijk overlijden van zijn zoon maakten een einde aan die plannen en het kasteel verwerd stilaan tot een ruïne. Van 1923 tot 1927 woonde de volksschrijver en reporter Jef Crick er samen met zijn vrouw in een vleugel. Ook de kunstenaars E. De Buck en H. Broeckaert namen er tijdlang hun intrek.
Om het te redden van de totale ondergang werd het kasteel in erfpacht gegeven van Charles, baron Gillès de Pelichy, die architect De Tracy aantrok voor een grondige restauratie. Volgens Dr. Patrick Devos "bleek die taak zo groot dat de aangevatte werken stilvielen, zodat het kasteel aan een onherroepelijke overrestauratie ontsnapte."
In 1943 werd het kasteel beschermd als monument. Er drong zich derhalve een blijvende oplossing op. De vzw Koninklijke Vereniging der Historische Woonsteden van België werd bereid gevonden die aanzienlijke taak op zich te nemen. De laatste privé-eigenaar, Robert-Christian, graaf de Ribaucourt, schonk de bijna compleet tot ruïne vervallen burcht aan de vereniging in 1953, waarop onmiddellijk enkele dringende werken aangevat werden. Vanaf 1962 ving de nieuwe voorzitter van de vereniging, ridder Joseph de Ghellinck d'Elseghem, grootschalige werken aan en in 1967 kon het slot worden opengesteld voor het publiek. Daartoe had De Ghellinck het gelijkvloers van slot laten herinrichten met veelal 17e-eeuwse meubelen, wandtapijten en schilderijen.
Tijdens diens mandaat schonken de heer en mevrouw Claude Dallemagne de Europees vermaarde collectie zilver aan het Slot. De 446 zilveren siervoorwerpen worden sindsdien tentoongesteld in een speciaal daartoe ingerichte zaal op het eerste verdiep. Het echtpaar betrok er het appartement tot aan het overlijden van Claude in 1986.
Het was de toenmalige voorzitter van de vzw Historische Woonsteden, prins Alexandre de Merode, die in 1987 ondergetekende en zijn echtgenote aanwees als inwonende beheerders van het Slot. Het oude poortgebouw, de vestibule, de kapel, de loggia, de bedaking, het binnenplein, de omwallingen, de hovingen, de noordelijke vleugel, de paviljoenen en zo meer, werden grondig aangepakt. In 1996 werd aan het Slot de prestigieuze Europa Nostra Prijs toegekend.
Ook de huidige voorzitter, baron Cardon de Lichtbuer, steunt de huidige bestuurders voluit in hun betrachting om van het Slot weerom een parel te maken aan de kroon van het Vlaamse bouwkundig erfgoed.
______________________________________________________
Het feodale kasteel van Laarne rijst op aan een kromming van de Schelde, ten zuidoosten van Gent. Het draagt tegelijk het stempel van een middeleeuwse vesting en dat van een adellijke residentie uit de XVIIde eeuw. De oudste delen van het gebouw, die opgericht werden in de vorm van een haast regelmatige vijfhoek, gaan terug tot de XIIde eeuw. Een slottoren is blijven bestaan, en ook nog ronde torens, overtopt met een pyramidevormige steenbedekking om ze volkomen tegen vuur te beveiligen.
Sinds de graaf van Vlaanderen anno 1362 het recht verwierf om er een garnizoen in onder te brengen, heeft het kasteel een reeks belegeringen ondergaan. Tijdens de godsdienstoorlogen in 1583 werd het eveneens hevig beschadigd.
In de XVIIde eeuw onderging het gebouw een reeks verbouwingen en uitbreidingswerken waartoe men vooral bak- en zandsteen heeft aangewend. Later werd het kasteel aan de heersende smaak van de XVIIIde eeuw aangepast: De vensters werden vergroot en van houten raamlijsten voorzien, en het interieur kreeg lambriseringen en bepleistering.
Sedert 1953 is de Koninklijke Vereniging der Woonsteden en Tuinen van België eigenaresse van het kasteel geworden, dankzij een schenking van graaf de Ribaucourt, en heeft zij de volledige restauratie van de gebouwen op zich genomen. Tegenwoordig kan men zalen van het kasteel huren voor seminaries, colloquia of recepties. Een kwaliteitsrestaurant is ondergebracht in de vleugels die tussen de rechter paviljoenen liggen als u de binnenkoer betreedt.
Het kasteel kreeg in 1996 een diploma van Europa Nostra voor de restauratie van het kasteel in overeenstemming met zijn historische context.
Jonkheer Paul de Pessemier 's-Gravendries en zijn echtgenote ijveren om in het kasteel een atmosfeer van permanente bewoning tot stand te brengen. Men vindt er onder andere wonderlijk fraaie Brusselse wandtapijten waarvan sommige dateren uit de XVIde eeuw.












Het is in 1963 dat de vereniging een belangrijke verzameling van verschillende zilverstukken uit diverse landen en verschillende eeuwen (van de XVde tot de XVIIIde) ontving van de heer Claude Dallemagne. Inzake edelsmeedkunst is Laarne één der mooiste musea van dit koninkrijk. « De inventaris van de zilvercollectie Dallemagne » is enkel in het Nederlands verkrijgbaar tegen de prijs van 25 € op het kasteel van Laarne en op het secretariaat van de HW&T (02/400.77.07).
Deze collectie is te bezichtigen op afspraak.
"Gents zilver in Laarne" uit de Standaard, en Het Nieuwsblad
Provincie Oost Vlaanderen is op zoek naar Molenbekers :
In het verlengde van de zilvertentoonstelling Gents zilver in Laarne en de inventarisatie van de zilvercollectie D'Allemagne, verricht het provinciebestuur in samenwerking met het Mola-Provinciaal Molencentrum in Wachtebeke en het Provinciaal Zilvermuseum Sterckshof (Deurne) een uitgebreid wetenschappelijk onderzoek naar de molenbekers.infos
www.slotvanlaarne.be
tel 09/230.91.55
fax : 09/231.66.14
slot.van.laarne@skynet.be
Routebeschrijving :
Autosnelweg E40 Brussel-Gent, afrit 16 (Merelbeke), autoweg 4 die rond Gent draait, richting Melle, afrit Heusden-Laarne, links richting Laarne.
Bezoekuren :
Vanaf 1mei tot 30 september elke zondag om 15 uur
In juli en augustus ook op donderdag om 15 uur.
Groepen : alle dagen open mits reservatie 10 dagen op voorhand via telefoonnummer 09/230.91.55 of schriftelijk via fax 09/231.66.14.
Toegangsprijzen :
Volwassenen : 7,00 €
Groepen en senioren : 6,00 €
Studenten en minder validen : 4,00 €
Kinderen, scholieren (van 6 tot 18 jaar) en scholen : 2,00 €
Inwoners van Laarne-Kalken : gratis
Reservatie van een gids per maximum 30 personen : 28,00 €
Restaurant Kasteel van LaarneRestaurant Kasteel van Laarne is gevestigd in de bijgebouwen op het domein van het kasteel. De landelijke omgeving en het unieke kader waarborgen de exclusiviteit. De vriendelijke ontvangst staat garant voor een ontspannen sfeer. www.kasteelvanlaarne-rest.be